Brainpower: “Geloof me, ik ben ook op mijn bek gegaan”

Brainpower is terug! Nou ja, hij is vooral weer in beeld. Met Re:Freshed Orchestra viert hij de komende weken het vijftienjarig jubileum van zijn tweede album Verschil Moet Er Zijn. Ondertussen werkt hij aan een Engelstalig én Nederlandstalig album.
Continue reading

Advertisements

Fresku & MocroManiac hebben elkaar gevonden

Gisteren verscheen Juice, het album van Fresku en MocroManiac. De twee rappers, die elkaar al heel vroeg de beste van Nederland vonden, zijn sinds een paar jaar dikke vrienden. Nu staan ze in Tijd Loopt op elkaars begrafenis.

Ergens halverwege het gesprek verheft Fresku zijn stem en richt hij zich meer tot MocroManiac. “Hey, maar bro. Je moet het niet onderschatten hè? Wat jij op internet hebt gedaan is misschien wel meer waard dan wat albums doen.” Mani, zoals Fresku hem telkens noemt, heeft net gezegd dat het aan de muur hebben van een albumhoes voor hem ‘ook een ding’ is. “Ik wil ook een paar projecten aan mijn muur hebben, zo van: hé, dit is mijn CV, pah pah pah.” Eerder in het gesprek liet hij al blijken wat Juice, zijn eerste officiële album, met hem doet. “Ik heb nu een plaat met Fresku gedaan, begrijp je? Ik heb voordat ik bekend was lang tegen Fresku opgekeken, hem bewonderd, om hem gelachen en veel geluisterd, nu heb ik een plaat met ‘m! Ik heb hem goed leren kennen; we zijn gewoon matties geworden. Ik ben daar blij mee, het maakt niet uit hoe goed het album ontvangen wordt.”

De 30-jarige Fresku weet hoe het is om een album uit te brengen. Hij maakte Fresku (2010), Maskerade (2012) en Nooit Meer Terug (2015). MocroManiac, maar een jaar jonger, bouwde zijn muzikale carrière anders op. Hij was onderdeel van rapgroep Hydroboyz, is vooral bekend van YouTube, van zijn optredens in 101Barz en van zijn mixtape Maniac 4 President. Juice mag dan pas zijn eerste album zijn, het zegt niks over het succes van zijn rapcarrière. “Deze generatie is niet op albums gericht”, zegt Fresku. “Als wij een album kopen, lezen we het boekje, kijken we naar het artwork, gaan we de special thanks lezen, willen we weten wie wat geproduceerd heeft..” Maniac onderbreekt hem: “Ik heb mijn naam het meest gemaakt vanuit 101Barz. Ik wilde alleen maar mijn niveau laten zien, mezelf telkens overtreffen. Zolang je je niveau blijft opkrikken en mensen op je wachten, komt het album vanzelf.”

Geen speld tussen te krijgen. Het album met Fresku, de man die hij vanaf het begin de beste rapper van Nederland vond, is er. En laat dat nou andersom net zo zijn. Fresku keek jaren voordat hij MocroManiac leerde kennen al zijn YouTube-video’s. “Ik moest altijd om hem lachen. Hij vertelde in zijn teksten iets heel serieus, maar ik moest tóch om hem lachen. Ik heb daar zelf ook een handje van. Ik laat je met mijn teksten lachen om mijn zelfhaat.” Fresku herinnert zich dat hij MocroManiac in een cypher (een freestyle waarin verschillende rappers elkaar afwisselen, red.) van 101Barz zag. Daarin is hij de enige rapper die meeloopt met de camera. Gaat de camera links, dan gaat hij ook links, gaat de camera rechts, dan gaat hij rechts. Fresku: “Ik vond dat zo vet. Daarna hoorde ik zijn lines: je hebt gesnitcht en nu zit die nigger jarenlang, nu zijn z’n haren lang, zulke dingen doe je. Ik ging helemaal stuk.” Fresku citeert nog even door: “En wat nog meer? Kill, je bent fucking skeer”. Ze moeten allebei hardop lachen. Fresku: “Het voelde alsof hij gewoon dingen opraapte en naar je toe gooide. We hebben hetzelfde soort humor, maar hij meer op een straatmanier. Ik ben meer introspectief. Uiteindelijk is het hetzelfde man.”

Het lot bracht de twee rappers bij elkaar, is hun overtuiging. Een collega die hen allebei kent vroeg Fresku of hij een track met een andere rapper wilde doen. “Ik zei: ik weet niet of ik tijd heb, maar ik ben wel benieuwd over wie je het hebt. Toen hij zei dat het MocroManiac was, zei ik: ik kom.” Ze kwamen in elkaars leven en gingen er niet meer weg. MocroManiac was zes maanden bijna elke dag in Eindhoven, de woonplaats van Fresku, te vinden. Ze hingen met elkaar, in en buiten de studio. Fresku maakte zijn derde plaat Nooit Meer Terug, waarop MocroManiac op twee tracks te horen is. “In die plaat zit zijn DNA, gewoon puur omdat je met hem bent. Je zit samen in dat creatieve proces. Ik kan me niet voorstellen hoe die plaat eruit had gezien als hij niet continu in mijn omgeving was geweest.”

Twee rappers die elkaar eerst adoreerden zijn nu vrienden en delen een album; ze noemen het een droomproject. Juice bevat jolige, maatschappijkritische, satirische en cynische tracks, maar eentje valt er rauw op je dak: Tijd Loopt. Fresku en MocroManiac hebben daarop beiden een verse gericht aan de ander die er niet meer is. “Je was een broeder waar ik op vertrouwde”, opent Maniac. Na het doordringende refrein is Fresku aan de beurt. “Maar ik hoop als ik God vraag, dat hij als je opstaat je zondes weer loslaat en zie het paradijs als het opklaart.”

Het is wat, zo’n terugblik op het leven als je elkaar drie jaar kent. “Tijd Loopt is een track die niks te maken heeft met hoelang we elkaar kennen, sommige mensen zouden bij het horen van die track denken dat we elkaar ons hele leven kennen”, zegt Maniac. “Maar we kennen elkaar kort. We hebben gewoon kunnen zien dat we met elkaar kunnen opschieten. Fresku heeft een goed hart. Zo’n track als Tijd Loopt kan je niet met iedereen maken. Ik heb vrienden overal, maar in de rapgame is hij wel écht mijn beste vriend. De rest is collega.” Fresku: “Je hoort op die track gewoon dat, los van het feit dat ons muzikale DNA matcht, we een diepe vriendschap hebben opgebouwd.”

Ze leren van elkaar, adviseren elkaar. Soms expliciet, meestal door elkaar te observeren, door met elkaar om te gaan. Mani, nog altijd die jongen van de straat, vindt Fresku soms te lief. Frisse: “Terwijl ik hem adviseer af en toe iets minder…” Hij duwt z’n vuisten tegen elkaar. “Hij mag soms wat losser zijn, snap je? We zijn daarin elkaars mentor en de liefde groeit daardoor nog meer, want waarschijnlijk hebben we allebei gelijk: ik ben te lief en hij is soms een beetje te hard.” Maniac leert van hoe Fresku dingen aanpakt, hoe hij situaties benadert: “Ik ben zelf een teruggetrokken persoon.” De interviews die hij deze weken doet, voelen weer als een debuut. Hij deed er wel een aantal, op beeld bijvoorbeeld bij 101Barz dat hem opzocht in Kraaiennest, de wijk waar hij opgroeide, zijn natuurlijke habitat. “Dit soort interviews zijn heel anders. Ik ben hier buiten m’n zone. In een andere omgeving weet ik me niet altijd goed uit te drukken. Ik ga twijfelen, het wordt een strijd in m’n hoofd.”

Hoewel Fresku dus meer ervaring heeft met interviews, met de media, corrigeert hij MocroManiac nooit. “Nee, never. Weet je wat het is? Hoe hij is, wat hij doet, dat is voor mij oké. Mijn moeder en mijn vader mogen hem. Waarom? Omdat hij zichzelf is. Hij staat misschien met een jonko in z’n hand blablabla te praten, maar hij is een aardige, hele sociale jongen. Als je alleen maar die jonko ziet, dan kan ik ook niet met jou praten. Zet hem in de zon, met een barbecue en gezelligheid. Dan ga je zien wat voor aardige jongen het is. Maar als je hem in een situatie zet waarin hij zich niet op z’n gemak voelt, dan trekt hij een muur op.” Het is even stil. MocroManiac tegen Fresku: “Je hebt gelijk man.” Fresku: “Ja hè?!”

Interview voor: Soundflow.nl

Sef vindt variatie rijkdom

Het derde album van Sef, dat 24 maart verschijnt, draagt de titel Excusez Moi. De rapper vergelijkt het zelf met ‘iemand opzij duwen, maar dan wel pardon zeggen’. Geen echte verontschuldiging dus. “Sorry zeggen is een teken van volwassenheid, maar als je het niet meent, betekent het niets.”

Eigenlijk vindt de 32-jarige Sef (voluit: Yousef Gnaoui) niet dat hij zich hoeft te verontschuldigen voor zijn nieuwe plaat. “Ik heb helemaal gedaan wat ik zelf wilde doen.” De titel ontstond dan ook min of meer zomaar. Hij heeft altijd een lijstje in zijn telefoon met mooie woorden of uitdrukkingen. Als hij eventjes vastloopt dan kijkt hij daarop. “Er zit altijd wel iets bij dat ik gebruik of dat iets anders triggert.”

Sef is geen sorry-zegger. Hij noemt zichzelf ‘best koppig en eigenwijs’. “Ik moet echt het gevoel hebben dat iemand mijn sorry verdient. Anders wordt het al snel ‘sorry maar..’ en ‘sorry maar..’ is geen sorry.” Spijt bestaat volgens de rapper. “Als je ergens aan terugdenkt met buikpijn. Je kunt het niet veranderen je kunt alleen zorgen dat je het niet nog een keer doet. Dat je situaties leert herkennen..”

Excusez Moi staat weer bol van typische Sef-tracks: liedjes die op het eerste gehoor luchtig, bijna simpel en in ieder geval makkelijk verteerbaar lijken, maar uiteindelijk vrijwel altijd een diepere boodschap bevatten. Een typisch Sef-liedje denk je bij de eerste paar keer luisteren door te hebben en dan opeens komt er een extra, andere of diepere betekenis om de hoek. Geconfronteerd met die korte analyse veert Sef op. “Ja, dat wil ik ook echt! De artiesten die ik het tofst vind die trekken je binnen met iets aangenaams, maar als je goed luistert en wíl kan je er meer in vinden. Dat vergt wel good will van de luisteraar. Als je naar Kanye West luistert en je vindt hem een lul, dan is het heel makkelijk om het via zijn teksten bevestigd te krijgen. Maar als je hem vet vindt en je gelooft in zijn goede bedoelingen dan kun je die er in terughoren. Het kost wel wat, maar ik vind dat je dat wel mag vragen van je luisteraar.”

De meest serieuze track van zijn nieuwe plaat is volgens Sef Liefde, met Dio en Faberyayo. In tegenstelling tot veel van zijn andere nummers zit de boodschap daarin niet diep weggestopt, maar ligt hij aan de oppervlakte. “Ik vond dat er nu zoveel negatieve, ongenuanceerde meningen de wereld in worden gepompt, dat ik niet niks kan zeggen. Het liefst doe ik dat wel, laat ik mijn muziek daarbuiten, maar nu moest ik er iets over zeggen.” Van een rechtstreeks verwijt aan specifieke personen is geen sprake. “Ik had het kunnen hebben tegen iemand als Geert Wilders, maar ik besloot het breder te houden. Ik spreek iemand aan op zijn menselijkheid. Niet door te zeggen: ‘je bent een lul’, maar: ‘ik geloof niet dat je geen hart hebt’.”

Sef werd in oktober vorig jaar vader van een zoon: Aziz. Op de vraag of hij zich zorgen maakt over de wereld waarin zijn kind op zal groeien, volgt een diepe zucht en een stilte van zeker vijf tellen. “Ik maak me soms wel zorgen over welke kant we uit gaan. Maar ik kijk ook naar de mensen om me heen: jonge mensen die ruimdenkend en open-minded zijn. Kijk naar hoe mensen muziek consumeren: niemand luistert meer naar één genre, iedereen luistert naar van alles. Je hebt rap/punk/techno-kids die alle drie de dingen vet vinden, die maken geen onderscheid. Mijn zoon heeft blauwe ogen en heet Aziz, dat kan gewoon, daar gaan we naartoe.” Geregeld werd hem gevraagd of het wel een goed idee is om zijn kind aan Arabische naam te geven, in een tijd waarin dat kan tegenzitten tijdens bijvoorbeeld het solliciteren. “Ik ga niet toegeven aan een belachelijk systeem. Dat hij geen reactie zou krijgen op een sollicitatiebrief, dat is zó’n absurde situatie. Ik hoop gewoon dat mijn vriendin en ik hem sterk genoeg kunnen maken zodat hij ermee om zal gaan net zoals wij.”

De vorige plaat van Sef heette In Kleur en had eigenlijk maar één doel: dat het fris en kleurrijk zou klinken. Hij had de opvolger Excusez Moi bijna Bloemen genoemd, maar vond dat er toch te veel op lijken, terwijl het een nieuwe, andere plaat is. Duidelijk maakt het in ieder geval hoe gefocust hij is op diversiteit. “Dat maakt de wereld toch vet? Weet je hoe vet het is dat als je eten bestelt, je kunt kiezen uit Chinees, Japans, Surinaams, Thais, Vietnamees? Dat is rijkdom! Variatie is rijkdom.”

Het interview vindt een week voor de Tweede Kamerverkiezingen plaats. 24 maart, de dag van zijn albumrelease, staat in de agenda van Sef dikker onderstreept dan de vijftiende. “15 maart is nú. En het wordt heftig. En misschien kut. Maar het zijn niet de laatste verkiezingen ooit. Laten we hopen dat mensen gaan stemmen op de partij die zij het best vinden in plaats van de partij die het het minst slecht gaat doen. Daarvoor is er een meerpartijenstelsel. Ikzelf voel steeds meer voor de kleinere, idealistische partijen die echt voor iets gaan staan en niet alleen maar de grootste willen worden.” Drie dagen voor de verkiezingen moedigt Sef zijn volgers via Twitter nog eens aan te gaan stemmen. “Let love rule”, schrijft hij erbij.

Artikel voor: Soundflow

Jayh is te veelzijdig voor een popalbum

Vijf jaar zat er tussen Jayh’s vorige plaat Jayh Jawson en het nieuwe Ik Leef, maar de zanger begint zijn nieuwe album met een studioversie van het nummer waar hij zijn vorige plaat mee afsloot. En dus klinkt het, als je ‘m afspeelt meteen: Ik houd mijn geest vrij. Ik beperk me niet tot de plaats waar ik woon, noch m’n naam, noch m’n leeftijd.

De eerste zin van Ik Leef is zo’n beetje Jayh’s persoonlijke adagium. Vijf jaar is een hele poos, maar het gros van de tracks die het album rijk is, schreef hij de afgelopen maand.  Als hij dat zo wil doen, dan doet hij dat zo. Ook als hij in de jaren ervoor een stuk of veertig popliedjes maakte die ongebruikt de ijskast in kunnen omdat ze niet geschikt voelen voor zijn nieuwe plaat.

Hij vertelt het in restaurant The Lobby van Hotel V (Amsterdam Zuidoost), terwijl hij een hap neemt van zijn broodje gepocheerde ei met zalm: “Ik was twee jaar geleden gestart met het maken van een popalbum en het ging op zich wel lekker, maar ik had steeds het gevoel dat het niet af was: ik had nog niet een thuisgevoel.” Dat gevoel kwam er alsnog toen hij ruim een maand geleden tien nieuwe tracks opnam, die het album in rap tempo tot een veelzijdig geheel maakten. “Ik wil niet in een sleur geraken, de persoon die ik ben is te veelzijdig om aan één stijl vast te houden. Ik heb geprobeerd een popalbum te maken, maar het is me niet gelukt, klaar.”

Je hoort het meteen terug op de plaat: Ik Leef schiet alle kanten uit. Het zachte, autobiografische nummer Volgende Stap, over zijn naderende vaderschap, staat haaks op de clubkraker Ballon met Broederliefde en SBMG. Precies zoals Jayh het wil hebben: niet rond, niet één stijl, gewoon van alles wat. “Daar kan ik zelf niet om heen, ben ik achter gekomen. Dus ik moet het volk leren dat dat is wie ik ben.” Grijnzend: “Door ze dus continu op het verkeerde been te zetten..”

Zelfs binnen nummers valt Jayh niet te betrappen op het varen van één koers. Neem Waar Gaat Dit Heen, waarin hij op een dansbare beat een serieus verhaal vertelt over een jongen die verliefd is, het gevoel heeft dat hij in de friendzone belandt en daar onzeker is en niet over wil praten. Je zou er pianospel of een akoestische gitaar bij verwachten, in plaats van een dansbeat. Jayh: “Dat doe ik expres, dat vind ik gewoon leuk.” Hij houdt bovendien niet van droevige liedjes. “Ik heb ooit Afslag geschreven en dat nummer is zó droevig, dat ik het nooit zou willen zingen – ik vind het gewoon naar. Ik duik er dan helemaal in en wil gewoon lekker blij zijn. Daarom staat er geen zeikliedje op m’n album.”

Jayh laat zich inspireren door grote artiesten van vroeger en nu. Vertel hem dat je in Alleen Maar Jou Doe Maar hoort en zijn ogen beginnen te twinkelen. “O, hell yeah! Door hen ben ik zwaar beïnvloed. Maar ook door bijvoorbeeld Herman van Veen. Hij is van invloed geweest op hoe ik mijn Nederlandstalige muziek benader, qua zangtechniek.” Met de typische Van Veenstem: “Spetter, spatter, spater, lekker in het water..” Ik doe het op mijn eigen manier, niet precies zoals hij, maar in Ik Leef, Alleen Maar Jou en Waar Gaat Dit Heen zit wel degelijk die techniek. Ik vind het tof om dat te laten horen en dat andere gasten dan denken: ik kan dat beter, ik ga het ook doen. Grijnzend en de schouders ophalend: “Dan krijg je evolutie in de muziek en heb ik m’n bijdrage geleverd.”

Ik Leef staat voor hoe blij Jayh is met het feit dat hij als artiest nog steeds meedoet, dat hij mag leven als muzikant. “Als ik zie wie van de artiesten die in mijn tijd zijn gestart nu qua muziekcarrière figuurlijk dood zijn, dan ben ik heel dankbaar dat ik nog mag doen wat ik doe en besef ik dat het ik dat geluk heb. Ik werk er natuurlijk zelf ook voor, maar dat geldt voor die gasten óók.”

Jayh ziet de Nederlandse urbanscene wel hard groeien. Hij roemt Broederliefde, Jonna Fraser en Frenna. “Iedereen voegt zijn eigen verhaal toe, waardoor het zo veelzijdig wordt en het zóveel mensen aanspreekt. Het zijn niet alleen jongens uit de grote steden die nu van Urban houden, het zijn ook de mensen in dorpjes of waar dan ook. Puur omdat er zoveel kleuren en smaken zijn.”

Bang om door de opstomende ‘concurrentie’ zijn muzikale relevantie te verliezen is hij niet. “Als ik afhankelijk zou zijn van wat een ander maakt dan was ik er nu niet meer. Als ik zou gaan proberen met anderen te concurreren dan zou ik het verliezen. Ik doe het helemaal zoals ik het zelf wil, dan blijf je het langst uniek, denk ik.”

Artikel voor: Soundflow

Fresku naar het naakstrand

Fresku’s theaterdebuut Welkom bij De Fresku Show gaat op 18 november in première. Is de rapper nu opeens cabaretier? “Het is wennen, man.”

Voor Fresku is het theater momenteel als het naaktstrand. Hij heeft het woord amper genoemd of hij begint de vergelijking ijverig uit te bouwen. “Iedereen daar voelt zich al jaren comfortabel en jij hebt zoiets van: kijk die man met die lange balzak, wat is dit?! Dan zegt iemand tegen je: ‘we kijken daar niet naar, kijk gewoon iemand in de ogen aan’. Je denkt: oké, goed, in de ogen aankijken. Even later kijk je automatisch naar de borsten van een vrouw en dan voel je je daar weer slecht over, en dan zegt iemand: ‘dat moet je ook zo min mogelijk doen, of gewoon één keer kijken en dan is het gewoon normaal.’ Als je er eenmaal een tijdje rondloopt begin je een beetje te begrijpen hoe het is en hoe het werkt. Maar ik ben nu nog in de fase dat ik net aankom en mijn handdoek niet durf af te doen.”

Het is de periode van de try-outs van Fresku’s eerste theatershow Welkom bij De Fresku Show. Hoe die gaan? “Fifty-fifty. Het is wennen, man.” De stap van rappen op het podium voor je fans naar een verhaal vertellen voor een zaal waarin ook ander publiek zit, blijkt een behoorlijke. “Het is gewoon écht een stap buiten mijn comfortzone”, zegt Fresku. Zijn publiek is een mix van zijn vaste horde fans die hem al jaren kennen en de, zoals hij ze noemt, ‘grijze koppen’. “Het is nooit: géén grijze mensen. Theater is gewoon grijs”, zegt hij lachend. Juist het feit dat ook zijn fans er zitten vindt hij spannend. “Toen ik begon op te treden met mijn muziek had ik veel te bewijzen aan het publiek, maar werd er niets verwacht. Nu voor het eerst weet je dat er naast mensen die gewoon een cultuurpasje hebben en eens even gaan kijken of het wat is, ook fans in de zaal zitten. Die zullen als eerst kritisch zijn.”

Waar het podium in zijn nu tienjarige rapcarrière binnen zijn comfortzone kwam te liggen, is het nu weer helemaal nieuw. En dus is hij tijdens de try-outs continu aan het experimenteren. In hoeverre moet hij rekening houden met het publiek? Vooral naar het antwoord op die vraag is Fresku nog erg zoekende. “Ik wil vertellen hoe ik tegen het leven aankijk en maak daarbij gebruik van dialogen, niet zozeer met het publiek, maar met mensen die door de jaren heen dingen tegen mij hebben gezegd. Als ik dan rekening houd met de mensen in de zaal en me afvraag of zij het met me eens zijn, dan speel ik minder goed.”

Dat gebeurde recentelijk nog, toen Fresku, in oktober voor de tweede keer vader geworden van een dochter, samen met het publiek wilde zoeken naar verschillende geluiden van een bevalling. Terwijl hij met zijn handen een vagina probeerde uit te beelden, vroeg hij een mevrouw in de zaal hoe haar bevalling had geklonken. Zonder te lachen en met een serieuze blik: “Het gaat dan natuurlijk om iets heel persoonlijks. Toen kwam er echt zo’n Nou-jááá-zeg-klank uit de zaal. De mannen vonden het fantastisch en lagen dubbel. Maar ik kan daarna niet loslaten dat de vrouwen het lomp vinden en niét met me zijn. Dat zou ik van me af moeten laten glijden, maar dat lukt me nog niet.”

Aan het theaterpubliek zou hij geen boodschap moeten hebben, vindt Fresku zelf, maar toch houdt het hem continu bezig. Ook wanneer hij het over racisme heeft. “Er wordt dan vaak meteen gezucht. Zo van: gaan we weer. Ik wil die zuchtende mensen dan weer voor me winnen, dus haal het tempo uit m’n show door erop te reageren. Eigenlijk mag ik door dergelijke reacties uit de zaal helemaal niet anders spelen. Ik moet gewoon mijn verhaal vertellen en als je zucht, dan zucht je. Ik moet erop vertrouwen dat en waar het gaat landen. Daar moet je een paar keer voor op je bek gaan.”

Het verhaal staat centraal in het theater, dat maakt het volgens Fresku ‘zo naakt’ en zo anders dan bij een concert. “Als je ergens komt om een feestje te bouwen en je maakt halverwege een politiek statement, dan is dat prima en gaan de mensen die daar niet op zitten te wachten gewoon weer los zodra je het volgende nummer begint. Nu is er opeens alleen je statement.” De muziek is er overigens wél, want hij speelt een aantal nummers om zijn verhaal te ondersteunen. “Heel veel mensen die komen kijken, kennen mijn muziek al en hopen daar ook wat achtergronden bij te krijgen, dus heb ik een aantal nummers als basis genomen.”

Een rapper die nu theater gaat doen, niets minder en zeker niets meer. Zo ziet Fresku zichzelf nu en zo stelt hij zich ook voor aan het begin van de show. Als hij de titel van cabaretier door de jaren heen mag verdienen, vindt hij dat prima. “Maar ik zou het ook niet leuk vinden als Theo Maassen één rap schrijft en meteen wordt aangekondigd als rapper.”

Als het publiek na de show alleen dubbel heeft gelegen van het lachen, is dat niet genoeg. Aan het begin doet hij expres Gino Pietermaai, zijn bekendste typetje, maar daarna komt dat niet meer terug. “Dat is puur om duidelijk te maken: zo’n show wordt het niet. Ik ben gewoon niet tevreden als de zaal mij grappig vindt maar niet weet waarvoor ik sta als mens.”

En dus leest hij met grote belangstelling de recensies. “Ik zie het als een film met een open einde. Stel je voor dat je daarvan de regisseur bent en je hebt de kijkers genoeg gereedschap aangeboden om hun eigen einde te creëren, dat zijn toch de perfecte films? Ik kan me niet voorstellen dat je dan als regisseur niet achteraf in de krant gaat kijken: zijn de elementen die ik erin heb gestopt opgepakt zoals ik het hoopte en wat hebben ze er verder mee gedaan? Ik heb bijvoorbeeld nummers geschreven die mensen helemaal anders interpreteren, maar ik vind het mooi dát ze ze interpreteren.”

Hij voelt zichzelf nog geen cabaretier, maar als je Fresku zo hoort praten kun je niet anders dan concluderen dat hij zeer serieus met zijn nieuwe werk bezig is. Zou het hem écht weinig doen welke status het publiek hem na Welkom bij De Fresku Show geeft? “Ik zag laatst een tweet waarin iemand me cabaretier noemde.” Hij leunt achterover, legt z’n hoofd op de rugleuning van de bank en wrijft in zijn handen. “Toen zat ik zo van: ah, fijn man!” En op zo’n moment is hij dan toch al een klein beetje op zijn gemak op het naaktstrand.

Artikel voor: Soundflow

Roosbeef mijdt controle

Soms kan ze haar eigen stem niet uitstaan. Roos Rebergen (26), zangeres en gezicht van Roosbeef, waarvan vrijdag 13 februari het derde album KALF verschijnt, is de eerste die haar eigen succes in twijfel zal trekken of relativeren. “Laatst trad ik op in België en dacht ik opeens: och, al die arme mensen. Zij hebben allemaal een kaartje moeten kopen om hier naar mij te luisteren.”

Eén track te veel
De neiging tot relativeren, veelvuldig afgewisseld met totale onverschilligheid: het tekent de leadzangeres van Roosbeef. Neem haar titelverklaring van de nieuwste plaat: “In België is KALF een hard scheldwoord: dom wicht. Het staat echter ook voor nieuw leven. Ik vind het gewoon een vet woord, het staat heel mooi op de albumhoes.”

Volgens Roos staat er één track te veel op het album. “Welke? Hmm, De Schelde of Over De 18. Ik liet me op het laatste moment ompraten door de bandleden. Achteraf denk ik: ‘Ah, fuck, ik heb gewoon gelijk!’ Ik had even de neiging om op de achterkant van de albumhoes één nummer door te krassen of erbij te zetten: hier moet je echt niet naar luisteren. Volgende keer moet ik wél mijn eigen zin doordrammen.” Tevredenheid over het derde album overheerst. “Ik heb voor het eerst het gevoel dat het klinkt zoals we het hadden bedacht. Er zit een duidelijke lijn in.”

Niet zorgzaam
De singer-songwriter lijkt tijdens het interview elk woord te wegen en keuze te hebben uit een emmer vol mogelijkheden. Haar zinnen zijn op te delen in korte fragmentjes die, eenmaal samengevoegd, soms een vaag eindresultaat opleveren. Ze merkt het en begint een nieuwe zin waarmee ze alsnog duidelijk maakt wat ze bedoelt. Op die manier gaat ze tijdens het schrijven geregeld ook met teksten om. “Ik ben er helemaal niet zorgzaam voor of zo. Ik denk niet materialistisch alsof teksten spullen zijn die niet kapot of kwijt mogen. Als iets niks is, dan kan het gewoon weg.”

Soms oogt en klinkt ze zeer bedachtzaam, dan weer totaal onverschillig. “Niet erg hoor. Ik kijk vooral uit naar de tour”, zegt ze over de interviews en promotie voorafgaand aan de album-release. Twintig optredens stonden er gepland en daar is, nadat de avond in Amsterdam heel snel was uitverkocht, nog een extra avond Paradiso bijgekomen.

Duidelijke teksten
“Die zangeres met de eigenaardige teksten”, hoor je vaak als je de naam van de band noemt. Zelf vindt Roos haar teksten helemaal niet zo gek. “Ik vind dat ik heel duidelijk schrijf. Als mensen iets anders of op hun eigen manier interpreteren, dan maakt dat me niet uit. Als het voor mij klopt, dan klopt het. Wat er daarna met de teksten gebeurt, vind ik onbelangrijk.”

De teksten van Roosbeef ontstaan vaak heel plotseling. Zo kwamen de woorden Raak Mij Aan van de gelijknamige song, die ze in opdracht schreef voor de Nationale WOII Herdenking in Utrecht (2013), opeens omhoog toen ze op haar piano speelde. “Ik dacht: ‘Hoe ga ik aan die opdracht voldoen?’ Want ik heb die fucking oorlog niet eens meegemaakt. Toen was ik bezig op de piano en zong ik opeens het zinnetje ‘raak mij aan’. Zo trok ik het lied naar mezelf toe. Als ik zou overlijden tijdens de oorlog zou ik het ergste vinden dat ik dood zou gaan zonder te zijn aangeraakt. Als ik zo’n gevoel zelf heel nadrukkelijk heb, dan stromen de zinnen er zo uit.”

Geen controle
Roos schrijft dagelijks dingen op in een schriftje. “Puur voor mezelf hoor, er staat ook heel veel onzin in. Ik vind dat gewoon leuk om te doen.” Alsof ze die uitspraak even later alweer vergeten is, zegt ze dat schrijven helemaal niet zo leuk ís. “Je denkt niet ‘ik moet vandaag iets schrijven’. Het begint bij een gevoel of emotie, bijvoorbeeld verdrietigheid, die op papier moet, waarmee iets moet gebeuren. En dat het dan lukt.. daar draait het dus om.” Ze wil zichzelf geen schrijfster noemen. “Vanochtend zei mijn moeder nog tegen me dat ze me meer schrijfster vond dan muzikant. Ik weet het niet, ik denk dat het per periode verschilt. Ik voel me bovenal artiest, performer.”

Recentelijk liep haar relatie op de klippen. “Het is nooit goed genoeg. Ook niet als ik al een tijdje gelukkig ben met iemand. Op een gegeven moment wordt een relatie normaal en daar word ik onrustig van”, licht ze de breuk toe. Zo ging het in één van haar relaties heel lang héél erg goed, maar zette ze er toch een punt achter. “Als het te lang goed gaat, zorg ik dat het kapot gaat. Ik ben zelf altijd wel degene die er een punt achter zet, nooit andersom.” De zangeres heeft de angst om in herhaling te vallen, ook in haar muziek. “Zodra ik de controle heb, vind ik het niet meer leuk. Ik wil niet precies weten welke richting iets uitgaat. Ik hoop dat ik telkens weer wat anders doe. Ik kan nog wel een aantal albums met mezelf vullen, maar als ik mezelf ga herhalen, is het klaar.”

Klaagzang
Vrees voor iedere keer hetzelfde liedje, vrees voor sleur. Argwaan jegens zaken die dreigen te blijven zoals ze zijn; ze betrapt zichzelf er steeds vaker op. “Het leven is een herhaling van zetten. Je krijgt een relatie, bent daarin gelukkig en dan gaat het uit. Dan komt er een nieuwe relatie en vervolgens gaat het precies hetzelfde. Het is net als fucking Kerstmis en al die dingen: elk jaar vier je het en elk jaar komt het op hetzelfde neer. Er verandert niets.” De typische klaagzang van iemand halverwege de twintig? “Misschien wel. Ik vind het heus wel leuk om met vrienden naar een café te gaan, vroeger al helemaal, maar op een gegeven moment is het gewoon een te vertrouwd patroon dat misschien wel altijd zo blijft. Ik heb dat dan wel gezien.”

Als leadzangeres van Roosbeef heeft ze het nog niet gezien. “Het gaat steeds beter, maar ik wil verschillende dingen doen. Het moet elke keer weer anders zijn.” Gaat het roer ooit nog rigoureus om? “Ik heb wel zin om een keer écht te gaan schrijven, zoals het bedoeld is nu. Nu denk ik nog veel te veel in rijm.” Doemt daar toch weer die schrijfster op. Maar nu eerst de KALF-tour. De komende maanden is Roos Rebergen fulltime muzikant.

Artikel voor: Soundflow