Eetmomenten

tndrts2

 

 

 

 

De tandarts vroeg of zijn collega me bij de vorige controle over eetmomenten had verteld. Ik kon me dat niet herinneren, maar aan zijn gezicht te zien stond in de computer van wel. ‘Hooguit zeven eetmomenten op een dag’, zei hij op vonnisachtige toon. ‘En daar zit je zo aan, hoor.’ Hij gebruikte zijn vingers bij het tellen. ‘Ontbijt, tussendoortje, lunch, ‘s middags een stukje fruit, avondeten en – en dan houd ik het heel saai – ‘s avonds twee rijstwafels.’ Ik kwam uit op zes, maar zijn vingers niet. Kennelijk golden die rijstwafels als twee afzonderlijke eetmomenten. Ook een biertje of een frisje was oneerlijk genoeg een eetmoment en die had hij – hij hield het immers saai – nog niet genoemd.

Ik zei dat ik niets begreep van de al jaren erbarmelijke staat van mijn gebit. Ik eet niet de hele dag door en drink niks bijzonders: koffie en water. ‘Koffie met suiker?’, vroeg de tandarts met een bijklank waarin ik wedden? Je doet suiker in je koffie hè? Jij bent zo’n type hoorde. Ik kon alleen maar nee schudden, omdat mijn kiezen een cameraatje vasthielden; tandartsen houden ervan om vragen te stellen op momenten dat je niet kunt antwoorden.

‘Als dit zo doorzet, houd je niks over’. Juist op momenten van sprakeloosheid, zit er niks in je mond. Een mannetje op mijn schouder zei dat de tandarts zijn werk deed. Ik vroeg of ik op mijn veertigste al aan een kunstgebit moest. Hij zweeg. Nu ging ik me verlagen tot het ‘ja, maar zij doen het ook’, een tactiek die al sinds de basisschool onder een dikke laag stof zat. ‘Er zijn mensen die de hele dag cola drinken en nooit wat hebben’. Het werkte een beetje, eindelijk liet de tandarts het woord pech vallen. Hij gaf mijn speeksel de schuld, wat raar was, maar alles beter dan ikzelf. Ik vroeg me af of mensen die de hele dag tuffen, ooit ditzelfde hadden gehoord.

Na een pauze van een uur mocht ik uithuilen bij de mondhygiënist. Je kunt veel over mondhygiënisten zeggen – de pijn gaat vaak door merg en been – maar ze zijn in ieder geval innemender dan de tandarts. De mondhygiënist had een halve minuut nodig om tot de pechconclusie te komen. Nadat ze me, terwijl ik een spiegeltje vasthield, had leren tandenpoetsen, kwam ze met goed nieuws. Ik mag best een zak snoep tot de bodem leeg  eten, als ik dat maar op één eetmoment doe. De zon ging schijnen en ik merkte dat er een kalmerend nummer van Mr. Probz op stond.

Lachend fietste ik door een hagelbui naar huis. Chocoladeletters tijdens het koken vallen nu onder het diner en de lunch kan op z’n tijd ook prima met een zak Doritos Cool American. Het wordt mooier: feestmaand december is welbeschouwd één groot eetmoment. Ik ga ze bij de volgende controle op mijn vingers natellen.

Meneer

meneer1Ik word meneer genoemd. Steeds vaker en zonder dat het echt nodig is. Tot zover weinig opmerkelijks: ik ben 28 en een beetje, dus ik heb de leeftijd van een meneer, zou je denken. Als je voor je achttiende met meneer werd aangesproken, was je slecht bezig. O, en nu gaat meneer er ook nog tegenin? Beetje dimmen, meneer van den Steenhoven! Je kunt het zo vaak horen als je wil, maar je wordt er geen meneer van. Maar laatst veranderde er iets, toen me naar de weg werd gevraagd. Ik had een muts op en droeg een jas die makkelijk door kon voor jongensachtig, maar toch dacht iemand: laat ik die meneer eens om hulp vragen. Continue reading

EK: rokjes en een stille groepsapp

Een collega zei zondagmiddag dat ik in mijn column maar moest pleiten voor rokjes in het vrouwenvoetbal. “Dan kijkt iedereen opeens wél, ook Maxim Hartman.” Ik vond het een matig idee. We wisten nog niet wat de dames in de finale zouden doen, maar zowel bij winst als bij verlies zou de kledingkwestie ongelegen komen, als het al een kwestie was. Bovendien was het volkomen onnodig dat Maxim Hartman zou kijken. Continue reading