Meneer

meneer1Ik word meneer genoemd. Steeds vaker en zonder dat het echt nodig is. Tot zover weinig opmerkelijks: ik ben 28 en een beetje, dus ik heb de leeftijd van een meneer, zou je denken. Als je voor je achttiende met meneer werd aangesproken, was je slecht bezig. O, en nu gaat meneer er ook nog tegenin? Beetje dimmen, meneer van den Steenhoven! Je kunt het zo vaak horen als je wil, maar je wordt er geen meneer van. Maar laatst veranderde er iets, toen me naar de weg werd gevraagd. Ik had een muts op en droeg een jas die makkelijk door kon voor jongensachtig, maar toch dacht iemand: laat ik die meneer eens om hulp vragen.

Heel erg gek vond ik dat. Maar dit was nog gekker: ik betrapte mezelf erop dat ik wat meer rechtop ging staan, een gezicht opzette alsof ik de kredietcrisis zou gaan duiden. Ik vertelde de persoon, ogenschijnlijk van mijn leeftijd, dat hij de steeg door moest om in de winkelstraat te komen. Ik liep kort daarna toch iets meer weg als een meneer, al kun je je ook afvragen wat zijn alternatieven waren: jongetje? jongen? kerel? Er klonk in al die kwalificaties een oordeel door. Misschien was meneer gewoon het meest neutraal. Maar wat als ik skateboardend of Pokémon-GO’end was langsgekomen? Ook meneer?

Aan de telefoon word ik al jaren meneer genoemd, waarschijnlijk sinds mijn hoge stem plaatsmaakte voor een iets lagere stem en er op mijn bovenlip na vijf dagen niet scheren wat stoppels verschenen – dat eerste konden ze horen en dat tweede leken ze simpelweg te voelen. Vooral medewerkers van een abonnement service vinden mij heel erg Meneer van den Steenhoven. Eigenlijk plakken ze het voor of achter elke zin. Als het niet gek zou zijn, zouden ze vragen: “Meneer van den Steenhoven, wilt u profiteren van het supervoordelige lente-proefabonnement, meneer van den Steenhoven?”

–”Ja, dat lijkt me wel wat.”
“Oké, meneer van den Steenhoven, dan heb ik nu uw gegevens nodig. Wat is uw volledige naam, meneer van den Steenhoven?”
-“Meneer van den Steenhoven.”
“En uw voorletters, meneer van den..”
Mijn punt lijkt gemaakt.

De vraag die blijft staan is wanneer je een meneer bent. Eerst dacht ik dat je een bepaalde leeftijdsgrens gepasseerd moest zijn, daarna dacht ik dat je een baard moest hebben. Je moest voor de klas staan of onzichtbaar zijn voor je gesprekspartner. Maar nu ben ik erachter dat je vooral meneer bent als ze iets van je nodig hebben. Als jongetje hebben ze echt nooit wat van je nodig. Met baantjes in magazijnen en achter de computer, werd ik zelden meneer genoemd – hoogstens boven een e-mail, maar e-mails kunnen automatisch gegenereerd zijn dus dat telt niet. Maar nu, zo heb ik mogen concluderen, ben ik dus op het punt in mijn leven gekomen, dat ik mensen van iets moet voorzien. Al is het maar het wijzen op een steeg naar de winkelstraat, waar de vraagsteller/hulpbehoevende – het was echt geen meneer – al met één been in staat en die hem zelfs al was hij geblinddoekt in de winkelstraat zou brengen. 28 verjaardagen en een puberteit hadden me niet tot meneer weten te maken, maar nu waren drie woorden genoeg: deze steeg nemen. Ik ben er content mee.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s